De drie jaar die hij als organisatieveranderaar uittrok om de rijksoverheid slanker en beter te maken zijn bijna om. Roel Bekker blikt tevreden terug op zijn opdracht. ‘Ik denk niet dat op het ogenblik iémand in de rijksdienst durft te zeggen: Ik verander niet mee.’
Nog
vier weken en dan zwaait hij af als speciaal benoemde secretaris-generaal voor
de vernieuwing van de rijksdienst. Nee, bijtekenen doet Roel Bekker niet. ‘Ik
heb van het begin af gezegd: ik doe het maximaal drie jaar, ook om te voorkomen
dat men denkt dat ík het allemaal doe. Je kunt zo’n ingewikkeld en log systeem
als de rijksoverheid met 180.000 medewerkers niet vanuit één positie veranderen.
Ik ben een beetje de gangmaker geweest, maar op een gegeven moment moet de
organisatie het zelf doen.’
De transformatie naar een rijksdienst die doelmatiger werkt en beter beleid maakt met minder ambtenaren die flexibeler inzetbaar zijn, is nog lang niet voltooid. Bekker en de ambtenaren met wie hij het programma Vernieuwing Rijksdienst (VRD) uitvoert zitten echter op het goede spoor, zo concluderen onafhankelijk van elkaar de bestuurskundigen Arno Korsten en Mark van Twist in twee onlangs gepubliceerde onderzoeken.
De val van het kabinet heeft vooralsnog geen zand in de machine gestrooid, meldt Bekker. Het schrappen van functies, 12.800 in totaal, verloopt volgens schema, aldus de SG. Ook andere projecten zoals eenvormigheid in de digitalisering en gezamenlijke huisvesting gaan volgens hem onverkort door.
Toen die huisvestingsplannen vorig jaar bekend werden, gaf dat een
enorm krakeel.
‘Dat hoort erbij. Als je mensen laat verhuizen, zijn er altijd wel een
paar in de familie die hun speelveldje kwijtraken en beginnen te piepen. Maar
het gaat gewoon door.’
De rijksdienst als één grote capaciteitsorganisatie. Zonder
belemmerende schotten.
‘Daar groeit het steeds meer naartoe, ja. Als we de ambtenaren benoemen
in dienst van het rijk en we zetten ze bij elkaar in enkele gebouwen op
loopafstand van elkaar, we geven ze allemaal hetzelfde type werkplek en één
rijkspas waarmee ze die gebouwen binnen kunnen, dan heb je een capaciteitsgroep
die geschikt is voor de uitdagingen van de toekomst. En die uitdagingen houden
zich ook niet aan grenzen.’
Eén organisatie betekent ook het einde van de interdepartementale
stammenstrijden.
‘Ik denk wel dat op dat punt verbeteringen hard nodig waren. Niet
verder kijken dan de belangen van je eigen domein en weigeren samen te werken is
wel een van de kernproblemen die we hebben geprobeerd aan te pakken.’
Waarom hebben we daarover zo weinig in de krant gelezen?
‘Aan publiciteit heb ik niets. Interviews houd ik bijna altijd af. We
hebben deze vernieuwingsslag vooral intern gericht en pakken de veranderingen
aan via de bedrijfsvoering. In het verleden is dat altijd op een andere manier
gebeurd, via beleid of de organisatiestructuur. Dan bemoeit meteen de Kamer zich
ermee en dus ook de pers.’
Was het Project Andere Overheid (PAO), de voorloper van VRD, daarom
opeens van de radar verdwenen? Omdat er te veel heisa omheen ontstond?
‘PAO was heel sterk politiek geprofileerd met een aparte minister voor
Bestuurlijke Vernieuwing. Dat geeft aan zo’n vernieuwingsslag een heel andere
dimensie. Dat is misschien goed voor vernieuwing in het politieke domein, maar
in het ambtelijke domein werkt dat anders uit. Ik vond ook dat men iets te veel
voorstelde alsof PAO leuk was. Ik heb altijd van VRD gezegd: het is niet leuk,
het is een kwestie van bloed, zweet en tranen, maar we moeten er doorheen.’
Zullen de ambtenarenbonden zich niet gaan roeren?
‘Dat verwacht ik niet, omdat er een afspraak is. Wij hebben de bonden
de garantie gegeven dat er in principe geen gedwongen ontslagen vallen op
voorwaarde dat er een grote mate van flexibiliteit wordt ontwikkeld. Beide
dingen doen we: geen gedwongen ontslagen, we zijn hard bezig mensen te
herplaatsen. En we zetten forse stappen in het vergroten van de mobiliteit.’
En het ambtelijke establishment, hoe gaat u dat lijmen?
‘Niet lijmen. Ik, maar ook mijn collega-SG’s, vinden eenheden van
verzet in een vernieuwingsproces simpelweg onacceptabel. Ik denk niet dat op het
ogenblik iemand in de rijksdienst durft te zeggen: Ik doe niet mee. Dat is geen
professionele instelling. Niet een houding die nog kan.’
Het VRD spreekt zich amper uit over hóé het ‘gebouw’ van ministeries
vernieuwd moet worden. Is dat omdat je weerstand oproept als je het wél
opschrijft?
‘Ik vind dat de discussie ernstig wordt gesimplificeerd door alleen
maar te praten over het aantal ministeries of het aantal ambtenaren. De
werkelijke discussie over de overheid moet gaan over wat zij moet doen en wat
niet. Als je het daarover eens bent, ga je een organisatie opbouwen die de taken
kwalitatief hoogwaardig kan verrichten. Of je nu tien, twaalf of veertien
ministeries daarvan maakt, vind ik van minder belang. Je kunt ook zeggen: we
maken één club en voor alle taken stellen we uit die grote pool van ambtenaren
teams samen.’
Binnen welke termijn valt dat te realiseren?
‘Als ik kijk naar de kwaliteit van onze ambtelijke dienst, dan kan het
heel snel. Binnen tien jaar? Oh veel sneller. Wij zijn er wel klaar voor. Het
zal een evolutionair proces zijn, want je bent natuurlijk nooit uitvernieuwd. De
uitdagingen die de komende jaren op ons afkomen zullen zó ingewikkeld worden,
dat je ze niet met de klassieke patronen kunt tackelen. Ik vind dat we hard op
weg zijn ons daaraan aan te passen. We breken het oude functiehuis af.
Topambtenaren benoemen we al in dienst van het rijk in plaats van bij de
departementen. Digitaal zetten we stappen met bijvoorbeeld de rijkspas. Aan de
ambtelijke kant hebben we veel veranderingen doorgevoerd, inclusief een forse
afslanking.’
Is dat wel zo? U hebt alleen het laaghangende fruit geplukt.
‘Ja, maar we lopen relatief voor op het schema. De grootste afslanking,
dit jaar en volgend jaar, moet nog komen. Maar recent heb ik weer bij iedere SG
gecheckt of hun plannen voor 2010 en 2011 hard zijn en of ze de geplande
functies daadwerkelijk hebben opgeheven en bezig zijn mensen te herplaatsen. Dat
bevestigen ze mij. Ze zijn er hard mee bezig.’
Ook met nadenken over welke taken ze aan de burger en bedrijven
kunnen laten?
‘Dat is aan de politiek. Ik stoor me er een beetje aan dat die heel
gemakkelijk de discussie terzijde schuift en meteen begint, niét over de omvang
van de overheidstaken, maar over het aantal ambtenaren. Misschien bedoelen ze
wel de taken, maar ze zeggen het niet. Daardoor lijken ze te suggereren dat
allerlei ambtenaren maar hun eigen werk zitten te verzinnen. Daar verzet ik me
tegen.’
De vernieuwing van de rijksdienst oogst al jaren veel hoon. Raakt u
dat?
‘Zeker. Onlangs las ik weer een krantencommentaar met de strekking:
“die ambtenaren presteren eigenlijk maar niks en willen niks”. Ik vind dat een
volstrekte miskenning van de waarde en kwaliteit van de ambtelijke dienst, die
toch voor het functioneren van dit land als welvarende democratische samenleving
essentieel is. Soms wordt gezegd dat mensen uit het bedrijfsleven die overheid
maar even moeten runnen. Nou, ik ken er te veel die hier kwamen werken, voor wie
het toch net even te ingewikkeld was. Het is een apart vak.’
De vernieuwing van de rijksdienst wordt zelfs een spel genoemd.
‘Ik zou het iets serieuzer typeren, maar een spelelement heeft het
zeker in zich. Het is ook een middel om een organisatie scherp te houden, die
niet door de markt alert wordt gehouden. Wij functioneren in een heel strak
kader: de staatkundige structuur van dit land. Daardoor zijn de mogelijkheden
voor complete verandering beperkt. De ene keer probeer je dit, de andere keer
dat, maar nooit honderd procent van wat je wilt zal gebeuren. Dat is inherent
aan systemen, die laten zich heel moeilijk veranderen. Wil je daarin effectief
zijn, dan moet je een lange termijnstrategie hebben waarbij je stimuleert dat
mensen zichzelf verbeteren en organisaties innovaties laten plaatsvinden. Dat is
precies wat we doen. In gevangenissen zijn zaken veranderd waardoor de sfeer,
ook voor de gevangenen, verbeterd is. Maar dat bedenken ze allemaal dáár. Als ze
op mij zouden wachten voor zulke dingen, dan ging er weinig goed in dit land.’

