Enschede heeft haast en het werk moet ook nog eens beter met minder, gericht op resultaat. Daarvoor is in een half jaar tijd de organisatie volledig op de schop gegaan. Directeur Fridse Mobach heeft daarmee één doel: banen scheppen. ‘We hebben geen tijd voor plannen maken, het moet nu gebeuren.’
De
vuurwerkramp van 2000 markeert de ontwikkeling van het ‘nieuwe Enschede’. Vanaf
het stadskantoor zie je de wijk Roombeek liggen. Daar stond de fabriek van SE
Fireworks. Op die plek staan nu moderne gebouwen met een markante architectuur.
Fridse Mobach, directeur Dienstverlening en Bedrijfsvoering, vertelt met trots
en veel gevoel voor historie over ‘zijn’ stad. De geboren Utrechter kwam er in
2000. ‘Op de dag van de ramp kregen we de sleutel van ons nieuwe huis’. Die
periode heeft hem voor altijd verbonden met Enschede. ‘Ik voel me vanaf mijn
start erg betrokken bij de mensen. Het is de meest vormende periode van mijn
leven geweest, waarin ik leerde wat je kan betekenen voor een stad, tijdens een
crisis, maar ook daarna.’ Mobach spreekt met trots over de energie van het
nieuwe Enschede. De wijk Roombeek bloeit, Enschede is het culturele centrum van
Twente met ondermeer een nieuw muziekgebouw, de universiteit heeft wereldwijde
faam en het succes van FC Twente staat symbool voor het gevoel dat alles lukt.
‘Het enige wat ontbreekt is de vertaling van al die positieve energie in de
cijfers.’
Het klonk al bijna als een sprookje, wat mist Enschede dan nog?
‘De statistieken zijn niet goed. Enschede kent een hoge schooluitval, er zijn
veel laaggeschoolde inwoners en de werkloosheid is te groot. Het is heel simpel,
de inwoners moeten werk hebben.’
Terwijl de universiteit voor veel bedrijvigheid zorgt.
‘Dat klopt. Maar dan vooral voor hoog gekwalificeerd personeel. De universiteit
trekt bedrijvigheid aan die niet matcht met het aanbod aan mensen. De nieuwe
werkgelegenheid trekt vooral mensen van buiten aan. De oorspronkelijke bevolking
profiteert er onvoldoende van omdat ze te laag is opgeleid. Dat niveau moet
omhoog. Ook moeten we succesvolle bedrijven die zich rond de universiteit
ontwikkelen in de stad houden. Dat willen we faciliteren en met het vliegveld
moet Enschede nog aantrekkelijker worden voor bedrijven om zich hier te
vestigen. En de bureaucratie voor bedrijven met plannen moet minder. We zijn al
uitgeroepen tot beste regelruimer in 2009’
Die werkgelegenheid is de grote opdracht voor de komende jaren.
‘In Enschede worden nu keuzes gemaakt, en dat gaat ten koste van het
basisvoorzieningenniveau. Het onderhoud van de openbare ruimte kan best minder,
ook de uitgaven voor de Wmo moeten omlaag. Het is aan de inwoners om, wat nu de
overheid nog doet, zelf meer te gaan doen. Dat wordt straks nog moeilijk voor de
raad want zij moeten de keuzes maken.’
En om dat vraagstuk aan te pakken moet de organisatie op de schop?
‘We hadden drie diensten in Enschede. Dat waren drie aparte organisaties die min
of meer los van elkaar opereerden. Er staat nu één organisatie met zes
programma’s. In die programma’s zitten beleidsvorming en uitvoering dicht bij
elkaar. Alleen op die manier maak je uitvoerbaar beleid. Er zijn zes directeuren
benoemd voor een periode van vijf jaar en ze zijn resultaatverantwoordelijk.’
Dat klinkt nou niet meteen als een afslanking.
Dat is het toch wel, die drie diensten hadden ieder een brede ambtelijke top,
met meerdere directeuren. Daar zijn we nu vanaf, ieder programma heeft één
resultaatverantwoordelijke, die lijn is helder. Die zes moeten nauw samenwerken,
want de programma’s zijn onderling sterk verbonden. En de mensen op het
stadskantoor werken niet meer voor een dienst maar in wisselende samenstelling
op verschillende programma’s. We groeien naar één grote pool van medewerkers.
Het aantal functies gaat terug van vijfhonderd naar tachtig. Om dit te bereiken
moeten we hard werken aan het vergroten van de flexibiliteit.’
Ah, dus er is toch een veldslag geleverd.
‘Nou ja, dat valt mee, iedereen in de top wilde deze organisatieverandering. De
overtuiging dat we alleen daarmee Enschede beter kunnen maken leeft enorm. Dan
helpt het gewoon om intern het bed op te schudden. In zo’n proces blijft wel
altijd de vraag: doet iedereen morgen nog mee en op dezelfde plek? Iedereen is
nodig, de functie doet er steeds minder toe. Overigens er zijn altijd mensen die
niet mee kunnen of willen.’
Het woord ontkokering is tot nu toe nog niet gevallen…
‘Ontkokering, ja natuurlijk… en we moeten meer kwaliteit leveren, doelmatiger
werken met minder mensen die flexibel inzetbaar zijn. Allemaal noodzakelijk. We
hebben een slanke gemeente met een kleine portemonnee. En er is veel te doen,
want er zijn veel behoeftes in de stad.’
Makkelijk gezegd, hoe stuur je eigenlijk op resultaat?
‘Dat blijft lastig voor de overheid. Op heel veel punten, zoals de
klantvriendelijkheid, wachttijden en kwaliteit van de dienstverlening, kun je de
gemeente afrekenen. Maar wat doe je met zaken die van groot belang zijn voor de
samenleving en waarvoor partners als scholen en corporaties verantwoordelijk
zijn? Neem de eerdergenoemde schooluitval. Als je die wilt terugbrengen moet je
samenwerken met het onderwijs. Je moet dat doen vanuit een goed partnerschap,
want je bent afhankelijk. Dus voor de diensten is samenwerking de sleutel,
binnen flexibele taakteams en met vertegenwoordigers uit de samenleving. Die
tevredenheid van je partners kan je dan weer wel meten.’
Wat verwacht je van ambtenaren?
‘De legitimatie van de organisatieverandering ligt buiten. Dus moet ook de
organisatie zich meer naar buiten keren. Het idee van partnerschap is in onze
hele organisatieverandering verankerd. Ambtenaren moeten samen met groepen in de
samenleving beleid tot stand brengen. En het moet snel. We hebben geen tijd, het
moet nu gebeuren, alle processen moeten een ultrakorte doorlooptijd hebben,
gericht op snel resultaat. Continu moeten we ons afvragen hoe we willen zijn en
de werkstijl moet herkenbaar zijn in het handelen van vandaag.’
Het omgooien van de organisatiestructuur is één ding, maar als je het hebt
over de werkstijl, dan heb je het ook over gedrags- en cultuurverandering. Dan
heb je ook vaak met flinke weerstand te maken.
‘Nou, dat viel dus mee, vanuit het ambtenarenapparaat kwam immers de roep om
verandering. Er werd tegen ons gezegd: ga maar sneller, doe eens wat wilder. Als
die verandering dan dichtbij komt en mensen ook persoonlijk raakt wordt het wat
lastiger. Maar het doel is helder en een weg terug is er niet. Uit deze route
komt zeker geen boventalligheid voort, al is krimp niet het doel. En we hebben
een redelijk jonge organisatie, de gemiddelde leeftijd is 44 jaar.’
Al met al zal je wel flink wat externen in huis hebben gehad voor de hele
reorganisatie.
‘Om precies te zijn één. In de zomer van 2009 was iedereen ervan doordrongen dat
het anders moest. We hebben toen de organisatie laten doorlichten door een
extern bureau. Die kwam met een snelle analyse met als belangrijkste conclusie
dat in het verleden sturing op sturing werd gestapeld. Daarmee ontbrak de echte
sturing. Van daaruit hebben we de organisatie dus omgegooid. Dat hebben we
helemaal zelf gedaan. We hebben zelf de structuur en bijpassende processen
ontworpen.’
Wat heeft de directeur bedrijfsvoering, Fridse Mobach eraan gedaan?
‘Niet zo veel…’
Iets minder bescheiden graag…
‘Ik heb me bij de eerste sessies afzijdig gehouden, ik dacht op z’n Twents:
“kieken wat wordt”. Laat ze maar gaan. En toen ik zag wat een drive en beweging
er ontstond ben ik er ingedoken. Ik was alleen de begeleider van het
veranderingsprocesproces. En heel eerlijk, we hebben het relatief makkelijk
gehad. De ambtelijke top, mensen op het stadskantoor, de medezeggenschapsraad
maar ook de gemeenteraad en het college zitten op één lijn. Dat werkt zo
motiverend.’
In Den Haag loopt nog het project Vernieuwing Rijksdienst… Daar moet het ook
doelmatiger met minder en ook allemaal in flexibele taakteams. Kunnen ze je
bellen?
‘De eerste vier jaar nog niet. We gaan hier nu aan de slag en willen Enschede
aan het werk hebben, het is tijd om te gaan oogsten. Natuurlijk streelt het ons
wel dat we al heel wat busjes uit het land op bezoek hebben gehad om te leren
van onze ervaringen.’ •

